Wettelijk moeten ook winterbanden in Nederland minimaal 1,6 millimeter profiel hebben, net als zomerbanden. Maar met 1,6 millimeter heb je aan een winterband weinig meer. Bandenfabrikanten en de ANWB adviseren winterbanden te vervangen zodra het profiel onder de 4 millimeter komt, omdat de grip op sneeuw, natte bladeren en slush daaronder snel afneemt. Rij je deze winter naar Oostenrijk, dan is die 4 millimeter er zelfs een harde eis: daar telt een band met minder profiel niet meer als winterband.
Waarom 4 millimeter het omslagpunt is
Een winterband dankt zijn grip aan twee dingen: een zachtere rubbersamenstelling die bij kou soepel blijft, en een diep profiel vol kleine insnijdingen, de lamellen. Die lamellen bijten zich als het ware vast in sneeuw en voeren water en slush af. Naarmate de band slijt, worden de lamellen ondieper en verliest de band dat vermogen. Onder de 4 millimeter gedraagt een winterband zich op sneeuw al snel niet veel beter dan een versleten zomerband, terwijl je op droog asfalt wel de langere remweg van een zachtere band houdt.
De regels per land
Ga je in de winter van 2026-2027 op wintersport of rij je door naar Scandinavië, dan gelden er per land andere eisen.
- Nederland: minimaal 1,6 mm, geen winterbandenplicht. Advies: 4 mm.
- Duitsland: minimaal 1,6 mm. Bij winterse omstandigheden zijn winterbanden of all-season banden met het alpine-symbool (bergtop met sneeuwvlok) verplicht. Advies: 4 mm.
- Oostenrijk: van 1 november tot en met 15 april geldt bij winterse omstandigheden een winterbandenplicht. Een winterband moet dan minimaal 4 mm profiel hebben om als winterband te tellen.
- Zweden en Noorwegen: in de winterperiode geldt voor winterbanden een minimum van 3 mm.
De regels kunnen per seizoen worden aangescherpt, dus kijk voor vertrek even op de site van de ANWB of de overheid van het land waar je naartoe rijdt.
Zo meet je het profiel zelf
Je hoeft niet naar de garage om te weten hoeveel profiel je banden nog hebben.
Met een profieldieptemeter
Een profieldieptemeter kost een paar euro bij een autowinkel of tankstation. Steek het pinnetje in de diepste groef, midden op het loopvlak, en lees de waarde af. Meet op meerdere plekken rondom de band, want banden slijten niet altijd gelijkmatig.
Met de slijtage-indicatoren
In de groeven van elke band zitten kleine verhogingen, de slijtage-indicatoren. Bij de meeste winterbanden zit er naast de indicator voor 1,6 millimeter ook een markering voor 4 millimeter, vaak aangeduid met een sneeuwvlokje of het merk van de fabrikant. Staat het profiel gelijk met die markering, dan is het tijd voor nieuwe banden.
Met een munt van 1 euro
Snel en redelijk betrouwbaar: steek een munt van 1 euro in de groef. De goudkleurige rand is ongeveer 3 millimeter breed. Zie je die rand helemaal, dan zit je onder de 3 millimeter en ben je voor winterbanden echt te laat.
Ook leeftijd telt mee
Niet alleen profiel, maar ook ouderdom bepaalt hoe goed een winterband werkt. Het rubber verhardt met de jaren, ook als de band weinig kilometers heeft gemaakt. Veel fabrikanten adviseren winterbanden van ouder dan zes tot acht jaar te vervangen, ongeacht het profiel. De productiedatum staat op de zijwand als DOT-code: de laatste vier cijfers geven week en jaar aan, bijvoorbeeld 3821 voor week 38 van 2021.
Wissel je in oktober of begin november je banden om, laat dan meteen het profiel meten en de DOT-code checken. Zit je rond de 4 millimeter, dan kom je deze winter misschien nog net door in Nederland, maar voor een skivakantie in Oostenrijk zijn nieuwe banden dan de verstandige keuze.